Kennismaken met ChatGPT, Claude en Gemini
Geen theorie over “wat is AI”. Je gaat dezelfde vraag stellen aan drie verschillende tools en zelf voelen waar ze in verschillen. Daarna eerste vuistregels: welke kies je waarvoor, en wat plak je nooit in een publieke chat?
Wat ga je doen: drie chats openen, vergelijken, en een persoonlijke korte voorkeurslijst maken. Tijd: ongeveer 45–60 minuten.
Lees dit eerst, veilig oefenen
Alle oefeningen in deze module zijn met fictieve of geanonimiseerde voorbeelden. Je gebruikt de publieke chat van ChatGPT, Claude en Gemini. Houd daarom de regel: geen identificeerbare patiëntgegevens, geen BSN, geen volledige brieven uit het EPD. Module 5 gaat hier uitgebreid op in. Bij twijfel: niet plakken.
Les 1.0: Wat is een chatbot eigenlijk (zonder jargon)?
Doel: in twee minuten begrijpen waar ChatGPT, Claude en Gemini op draaien, zonder enige technische voorkennis.
Stel je voor: een hele slimme stagiair die alle Nederlandstalige tekst van internet, bibliotheken en boeken heeft gelezen. Hij heeft de tekst niet onthouden zoals jij dat zou doen, maar hij heeft patronen in taal geleerd: welk woord meestal volgt op welk woord, welke toon past bij welke context, welke structuur een nette mail heeft. Vraag hem iets, en hij voorspelt woord voor woord wat een passend antwoord zou zijn.
Dat is alles wat een chatbot doet: bij elke vraag woord voor woord een waarschijnlijk vervolg voorspellen, op basis van wat hij in zijn training heeft gezien. Dat verklaart twee dingen die belangrijk zijn voor jouw werk:
- Hij weet niets “zeker”. Hij voorspelt taal. Soms voorspelt hij iets dat klinkt-als-waar maar het niet is. Dat heet een hallucinatie. We gaan er straks specifiek op in.
- Hij is geen zoekmachine en geen archief. Hij heeft geen toegang tot jouw EPD, geen toegang tot jouw mailbox (tenzij je hem dat zelf geeft), en geen verstand van je specifieke patiënt. Hij heeft alleen wat jij hem op dit moment in de chat geeft.
Dat is het. Geen kunstmatige intelligentie die “denkt”. Geen magie. Wel een verbluffend goede taalassistent, als je hem de juiste context geeft.
Vraag bij les 1.0
Wat doet een chatbot zoals ChatGPT in essentie?
Les 1.1: Drie tools, drie karakters
Doel: in één keer voelen hoe ChatGPT, Claude en Gemini verschillen.
ChatGPT (van OpenAI), Claude (van Anthropic) en Gemini (van Google) zijn alle drie chatbots die op zogeheten grote taalmodellen draaien. Onder de motorkap doen ze iets vergelijkbaars, maar in gebruik voelen ze duidelijk anders:
ChatGPT
Snel, breed, gewend aan veel verschillende stijlen. Goed in beeld, voice, code, brede onderwerpen. Voelt vaak het meest “assistent-achtig”.
Claude
Tekstwerker. Maakt rustige, nettere zinnen en denkt vaak hardop. Sterk in lange documenten en in bestanden bewerken (M365 add-in). Voelt “collega-achtig”.
Gemini
Leeft in Google Workspace (Gmail, Docs, Sheets, Drive). Sterk in zoeken & samenvatten en in écht binnen je werkbestanden meedraaien (als jouw werk Google Workspace gebruikt).
Dit is géén rangschikking; het is een eerste smaakprofiel. In de volgende les ga je het zelf testen.
Gratis versus betaald, per speler
Gratis ChatGPT: leren en losse mails, met limieten. Claude gratis: nette tekst, maar een dagplafond; hele transcripten gaan soepeler op Pro. Gemini is gratis in de app; écht in Gmail of Docs meedraaien hangt van Workspace af, niet van de losse chat. Forums (onder meer Reddit) en review-sites wisselen van favoriet; de bedrijven beloven hun eigen sterkte. Test dezelfde vraag in de gratis laag voordat je een abonnement neemt.
En Microsoft Copilot dan?
Werkt jouw ziekenhuis met Microsoft 365 (Outlook, Word, Teams)? Dan kom je waarschijnlijk ook Microsoft Copilot tegen. Die kun je net zo goed gebruiken: onder de motorkap is Copilot voortgebouwd op de modellen van OpenAI (dezelfde als ChatGPT), maar dan binnen de Microsoft-omgeving. Let wel op: niet elk ziekenhuis met Microsoft heeft ook het Copilot-pakket, dat is een aparte, betaalde licentie per gebruiker. In module 4 gaan we er dieper op in.
Vragen bij les 1.1
1. Wat is het belangrijkste verschil tussen ChatGPT, Claude en Gemini?
2. Je werkt in een afdeling die volledig Google Workspace gebruikt (Gmail, Docs, Sheets). Welke chatbot is dan het meest ingebed in jouw bestanden?
Les 1.2: Live: dezelfde vraag aan drie tools
Doel: je voelt de stijlverschillen door precies dezelfde vraag in drie chats te stellen.
We gaan dit niet uitleggen. We gaan het doen. Open hieronder ChatGPT en Claude in aparte tabbladen, en als jouw werk Google Workspace gebruikt: ook Gemini. Stel in alle drie precies dezelfde vraag. Bewaar de antwoorden ergens (kort kopiëren in Notepad of Word).
Live opdracht 1.2: Dezelfde mail in drie chats
Plak onderstaande prompt in ChatGPT, daarna in Claude, en als je toegang hebt ook in Gemini. Vergelijk de drie antwoorden.
Vergelijk: (1) Welke is het kortst? (2) Welke voelt het meest “Nederlands ziekenhuis”? (3) Welke zou je zo, zonder bewerking, kunnen versturen? Schrijf je voorkeur op, je hebt hem in les 1.7 weer nodig.
Vragen bij les 1.2
3. Wat is de zin van dezelfde vraag aan drie tools stellen?
Les 1.3: Wat plak je wel, wat niet
Doel: in 30 seconden weten of iets in een publieke chat mag.
De vuistregel is simpel: publieke chats zijn geen ziekenhuis-omgeving. Voor jou betekent dat: alles wat niet zonder verlegenheid op een poster in de wachtkamer mag hangen, plak je niet zomaar in ChatGPT, Claude of Gemini. Daarbinnen helpt het verkeerslicht:
- Groen, openbare info, fictieve namen, jouw eigen tekst, een geïdealiseerde oefencasus.
- Oranje, interne afdelingsnamen zonder patiëntdata, roosters zonder herleidbare combinaties.
- Rood, patiëntinformatie, BSN, EPD-export, een complete brief, unieke combinaties van diagnose+leeftijd+regio.
Bij oranje: anonimiseren of dummy-namen. Bij rood: niet plakken, of een door je ziekenhuis goedgekeurde omgeving gebruiken (denk aan Microsoft Copilot in jouw werkomgeving, Claude Enterprise of een EU-route via Mistral). In module 5 leer je dit gestructureerd toepassen.
Vragen bij les 1.3
4. Welke van deze hoort in de categorie ‘rood’ (niet plakken in publieke chat)?
Les 1.4: De vier bouwstenen van een goede prompt
Doel: je hoeft niet meer te puzzelen op “hoe vraag ik dit precies?”
Een goede prompt heeft bijna altijd vier dingen:
- Rol, “Je bent een ervaren stafsecretaresse cardiologie.”
- Context, “Onze afdeling werkt met poli, MDO en opleidingsoverleg. Een collega is met verlof.”
- Taak, “Schrijf een mail aan de poli-coördinator om de weekagenda over te dragen.”
- Format & toon, “Kort (max 8 regels), zakelijk-vriendelijk, in lijst-vorm.”
Optioneel een vijfde: begrenzing: “Geen patiëntdata; geen patiëntspecifieke afspraken benoemen.” Dit is verrassend krachtig om weglopende AI-output te voorkomen.
Live opdracht 1.4: Bouw je eerste vier-bouwstenen-prompt
Plak hieronder in Claude (deze is goed in nette tekst) en daarna in ChatGPT. Vergelijk.
Let op: de prompt is langer dan vier zinnen, maar krijgt vrijwel meteen bruikbare output. Probeer ook eens dezelfde prompt zónder de regel “Geen patiëntdata”, merk je verschil in welke voorbeelden de AI verzint?
Vragen bij les 1.4
5. Welke vier elementen heeft een goede prompt bijna altijd?
Les 1.5: Hallucinaties: wat zijn ze en hoe herken je ze?
Doel: weten waarom een chatbot soms met overtuiging onzin zegt, en hoe je dat eruit haalt voor je iets verstuurt.
Een hallucinatie is wanneer een chatbot iets opschrijft dat klinkt alsof het klopt, maar feitelijk verzonnen is. Een verzonnen telefoonnummer, een niet-bestaande NICE-richtlijn, een datum die niet klopt, of een collega-naam die je nooit hebt genoemd maar die ineens in de notule staat. Dit gebeurt allemaal regelmatig, geen incident maar voorspelbaar gedrag van het model.
Waarom? Een chatbot voorspelt taal die past. Als je vraagt “wat is het telefoonnummer van de cardiologie-poli” en hij heeft dat niet gezien tijdens training, dan zal hij eerder een plausibel klinkend nummer verzinnen dan zeggen “dat weet ik niet”. Tenzij jij hem dat expliciet vraagt.
Drie tekenen dat je naar een hallucinatie kijkt
1. Een specifiek nummer, datum of paginaverwijzing die in jouw context niet staat. 2. Een collega-naam, afdelingsnaam of bron die ineens opduikt zonder dat jij hem aanleverde. 3. Een toon van zekerheid bij iets waar jij éigenlijk geen bron voor zou hebben.
Het goede nieuws: je kunt hallucinaties grotendeels voorkomen door twee zinnen in je prompt te zetten:
- “Gebruik alleen wat ik je hier vertel.” (Voorkomt dat hij eigen invallen erbij stopt.)
- “Bij twijfel: schrijf ‘niet vermeld’.” (Geeft hem expliciet toestemming om niets in te vullen.)
In module 3 zie je deze twee regels meermaals terug in lange-tekst-prompts. Voor nu: onthoud ze.
Live opdracht 1.5: Hallucinatie uitlokken (en daarna voorkomen)
Open Claude (of ChatGPT) en doe deze twee prompts achter elkaar. Voel het verschil.
Prompt 1 (laat hem hallucineren):
Wat zie je? Heel waarschijnlijk verzint hij een app-naam, een leverancier en een telefoonnummer. Stuk voor stuk plausibel klinkend, allemaal verzonnen.
Prompt 2 (zelfde situatie, maar nu met begrenzing):
Vergelijk: de tweede prompt levert plaatshouders waar jij later echte gegevens invult. Geen verzinnen meer. Deze techniek, “gebruik alleen wat ik vertel” + plaatshouders, gebruik je vanaf hier in elke prompt waar precieze feiten in moeten.
Vragen bij les 1.5
Wat is de beste verdediging tegen hallucinaties?
Welke techniek voorkomt dat een AI specifieke cijfers of namen verzint die jij later moet invullen?
Les 1.6: Het context window in gewone woorden
Doel: weten waarom een tool “niet alles tegelijk lukt” en hoe je dat omzeilt.
Elke chatbot heeft een soort werkgeheugen: hij “ziet” in één chat-gesprek maar een beperkte hoeveelheid tekst tegelijk. Dat heet het context window. Plak je meer dan dat in één keer, dan vergeet hij stiekem het begin van wat je hem hebt gegeven, zonder dat hij dat altijd duidelijk zegt.
De grootte van dit werkgeheugen verschilt*:
| Tool | Werkgeheugen (ruwweg) | Wat past erin |
|---|---|---|
| ChatGPT (gratis) | ~32K tokens | ~30 pagina's tekst |
| ChatGPT Plus / GPT-5.6 | ~1M tokens | ~800 pagina's |
| Claude (gratis & Pro) | ~200K tokens; op zware abonnementen 1M | ~200–800 pagina's |
| Gemini in Workspace | ~200K–1M tokens (afhankelijk van product) | Vergelijkbaar met Claude |
* Deze getallen zijn een momentopname: aanbieders vergroten hun werkgeheugen regelmatig, dus elke paar maanden kunnen de groottes weer anders zijn. De onderlinge verhouding (Claude/Gemini ruim, gratis ChatGPT krap) blijft tot nu toe wel steeds herkenbaar.
Een “token” is grofweg een woord (of een stukje woord). Een gemiddeld A4 Nederlandse tekst is ongeveer 500–700 tokens. Dus: 30 pagina's is ruwweg 20.000 tokens; 100 pagina's is 60–70.000 tokens.
Voor jouw werk betekent dit:
- Korte mail, korte tabel: alle tools werken prima.
- Notule van een uur, mailthread van 15 berichten: ChatGPT (gratis) komt al snel krap; Claude/Gemini niet.
- Hele ESC-richtlijn van 80+ pagina's in één keer: Claude is veiliger; bij ChatGPT moet je opdelen.
“Lost in the middle”
Zelfs binnen het werkgeheugen geldt: chatbots letten extra goed op het begin en einde van wat ze zien, en wat in het midden zit krijgt minder aandacht. Daarom: zet je belangrijkste vraag aan het einde van je prompt, niet helemaal vooraan. Of herhaal hem onderaan.
Vraag bij les 1.6
Je hebt een Teams-transcript van 80 minuten (~25 pagina's). In welke tool werk je het rustigst?
Les 1.7: Jouw eerste voorkeurslijst
Doel: vandaag een eerste werkbare keuze hebben, niet een eindoordeel.
Op basis van de drie experimenten hierboven, maak je nu een kort “wie pak ik wanneer”-lijstje. Het hoeft niet perfect; je past het later aan.
Live opdracht 1.7: Laat Claude jou helpen je eigen voorkeurslijst te maken
Open Claude en plak onderstaande prompt. Vul kort in wat je zelf hebt ervaren. Claude maakt er een nette tabel van die je in module 5 weer terugziet.
Bewaar deze tabel. In module 5 maak je hem af met de extra ervaring uit module 2, 3 en 4. Dat is dan je persoonlijke prompt-bibliotheek, precies wat je aan het eind van deze cursus mee naar huis neemt.
Take-home van module 1
Drie tools, drie smaken
ChatGPT = breed en snel. Claude = nette tekst & lange documenten. Gemini = leeft in Google Workspace.
Verkeerslicht eerst
Plak nooit rood. Bij oranje: anonimiseren of dummy-namen. Module 5 gaat verder.
Vier bouwstenen
Rol · context · taak · format. Optioneel: begrenzing. Werkt in alle drie de tools.
Hallucinaties: voorspelbaar
“Gebruik alleen wat ik vertel + bij twijfel niet invullen” in elke prompt waar feiten in moeten. Plus jouw ogen bij oplevering.
Werkgeheugen
Korte taak: alle tools. Lange notule of richtlijn: Claude of Gemini, niet gratis ChatGPT.
Jouw mini-tabel
Bewaar de tabel uit les 1.7. Je vult hem aan in latere modules en sluit ermee af in module 5.